Informatie

GIETHOORN EN OMGEVING

Giethoorn, het watersportcentrum van de Kop van Overijssel kent meer waterwegen dan andere wegen: de beroemde dorpsgracht, de vele slootjes, kolkjes en de fraaie meren, zoals het Bovenwijde, Zuideindigerwijde, de Belter- en Beulakerwijde, het Molengat en het Giethoornse Meer. De typische hoge bruggen, de honderden vonders, de op eilandjes gebouwde rietgedekte boerderijen met goed onderhouden tuinen bepalen naast de bekende punter het dorpsbeeld van dit “groene Venetie”.

Nationaal Park Weerribben-Wieden

In de Kop van Overijssel ligt een van de grootste gebieden van de Vereniging Natuurmonumenten: De Wieden. De Wieden en het nabijgelegen natuurgebied De Weerribben vormen samen het grootste en belangrijkste aaneengesloten laagveenmoerasgebied in Noordwest-Europa: Nationaal Park Weerribben-Wieden.

De Wieden

Het natuurmonument de Wieden is vooral bijzonder door zijn uitgestrektheid, de vele meren en rijkdom aan planten en dieren. Zoals de zwarte stern, zilverreiger, aalscholver, kiekendief, talloze reeen, libelles, maar bijv. ook de visotter, alle soorten weidevogels en volop zoetwatervis. De namen van de meren in het gebied eindigen bijna allemaal op “wijde”: Beulakerwijde, Bovenwijde enz. In dialekt uitgesproken als “Wiede”. Vandaar de naam Wieden voor dit natuurmonument.

De Weerribben

De Weerribben is een prachtig moerasgebied, net als de Wieden ontstaan door het samenspel van mens en natuur. Ook hier werd veen afgegraven voor de turfwinning. Hier wisselen smalle stroken land en water elkaar af. Talloze dieren en planten voelen zich er prima thuis. Zoals de grote vuurvlinder, die zich vanaf eind juli een paar weken laat zien. En tussen het riet houden roerdomp, karekiet en rietzanger zich schuil.

 

Wandelen, fietsen en varen

Het afwisselende landschap van Nationaal Park Weerribben-Wieden wordt gevormd door open water, rietvelden, moerasbos en wei- en hooilanden.

Een uitstekend gebied om te wandelen, fietsen en te varen. Het gebied kent naast Giethoorn, het fraaie kraggendorpje Dwarsgracht, het glooiende houtwallenlandschap van St. Jansklooster en oude ‘Zuiderzee’ stadjes als Blokzijl en Vollenhove. Fietsers en wandelaars kunnen zich bij Jonen bijv. nog laten overvaren door een van de kleinste pontjes van Nederland.

In de nabije omgeving bevindt zich het fraaie dorp Havelte, de ‘poort’ van het groene en ruime Drenthe. Naast de uitgestrekte bossen, heidevelden en zandverstuivingen vind je er veel monumentale panden en Saksische boerderijen, een schaapskudde met schaapskooi, hunebedden en grafheuvels. Ook nabij Giethoorn: de winkelstadjes Steenwijk en Meppel en het bijzondere dorp Staphorst.

Voor info en/of reservering: info@molgroenewegen.nl of bel 0521-361359.

Giethoorn, groen & gezellig

Nationaal Park Weerribben-Wieden

Mekka van vogelaars!

Giethoorn, authentic Dutch

GESCHIEDENIS

In de 13e eeuw kwamen vluchtelingen (voor de pest) uit de Italiaanse plaats Perugia (Umbrië) zich hier vestigen. Op de foto de beroemde 13e eeuwse fontein van Perugia, die ook de eerste Gietersen wellicht nog gezien hebben …  De nieuwe bewoners van dit moerasgebeid in de Kop van Overijssel vonden er massa’s horens van wilde geiten, waarschijnlijk verdronken tijdens een stormvloed in 1170. De nederzetting werd uiteindelijk ‘Geytenhoren’ genoemd. Ook in het wapen van Giethoorn komt de geitenhoren terug, evenals trouwens een kruis, dat refereert aan de Bisschop van Utrecht, de toenmalige machthebber in dit gebied.

Religie

In de veertiende eeuw werd de eerste kerk in Giethoorn gebouwd, een katholieke. In 1551 werd er een Doopsgezinde in Giethoorn gesticht, één van de eersten in Nederland. De doopsgezinden vormden een vrijzinnige enclave te midden van een orthodox gebied.

Turf

De karakteristieke elementen van Giethoorn zijn ontstaan tijdens het turfgraven. Hierdoor ontstonden de sloten en vaarten om de turf te vervoeren en onbedoeld uiteindelijk de fraaie ondiepe meren. De huizen werden op eilandjes gebouwd die nog steeds alleen via de typische bruggetjes te bereiken zijn.

Rond 1750 schakelde het dorp over van vervening als basis van het bestaan naar veehouderij. De bruggen moesten hoog zijn om in de boot staande punteraars, de  koeien en hoog met hooi beladen bokken onbelemmerde doorgang te kunnen verlenen. Er ontwikkelde zich een vaarcultuur met eigen Gieterse scheepstypen, zoals de Gieterse Punter. Naast veeteelt en turfwinning was ook rietsnijden, ‘dulen’ en ‘bladriet’ snijden, visserij en het winnen van krabbenscheer als meststof een economische activiteit

 

Fanfare

Na het verschijnen van de film Fanfare (1958) van Bert Haanstra nam het toerisme sterk toe. Het werd de belangrijkste bron van inkomsten.  Bladriet werd tot 1966 gebruikt als afdekking voor bollenvelden en leverde de Gietersen inkomsten op. Na 1966 werd daarvoor stro gebruikt. De vaarboeren verdwenen in de jaren zestig uit het dorpsbeeld. De boerderijen werden omgebouwd tot woningen en werden ook bewoond door mensen van elders. De gronden van vaarboeren komen geleidelijk aan in het bezit van Natuurmonumenten die het grote reservaat De Wieden opbouwt.

Links